maart 11, 2024

Echte klimaatimpact vindt u niet in een label, maar in de methodologie en de meetbare resultaten van een fonds.

  • Analyseer de SFDR-classificatie: ‘Artikel 9’-fondsen hanteren de strengste duurzaamheidsnormen als hoofddoel.
  • Eis concrete impactmetrieken, zoals de bespaarde kilo’s CO2 per geïnvesteerde euro, in plaats van te vertrouwen op vage beloftes.

Aanbeveling: Kies voor fondsen die via actief aandeelhouderschap verandering afdwingen en combineer uw belegging met Belgische fiscale voordelen zoals pensioensparen of de Tax Shelter voor start-ups.

Als milieubewuste belegger wilt u dat uw geld meer doet dan enkel financieel renderen; het moet bijdragen aan een betere wereld. De zoektocht naar fondsen die de klimaatdoelstellingen echt ondersteunen, voelt echter vaak als een doolhof. U wordt overspoeld met ESG-ratings, duurzaamheidslabels en ronkende marketingbeloftes. De frustratie is reëel: hoe weet u zeker dat uw investering niet bijdraagt aan greenwashing, maar daadwerkelijk een positieve, meetbare impact heeft op de planeet?

De standaardaanpak is vaak het selecteren van fondsen die hoog scoren op ESG-criteria of die een aantrekkelijk ‘groen’ label dragen. Hoewel dit een startpunt kan zijn, is het zelden voldoende. Veel van deze methodes focussen op risicobeperking voor de belegger, niet noodzakelijk op maximale positieve impact voor het milieu. Maar wat als de sleutel niet ligt in het passief filteren op basis van labels, maar in een actieve, kritische analyse van de strategie en de resultaten van een fonds? Wat als échte impact schuilt in de details van de methodologie?

Dit artikel doorbreekt de oppervlakte van duurzaam beleggen. We gaan verder dan de labels en de marketing. We duiken in de kern van wat een belegging werkelijk duurzaam maakt: van de effectiviteit van aandeelhoudersactivisme tot het doorprikken van technologische hypes. We leren u hoe u de concrete CO2-reductie van uw portefeuille kunt inschatten en hoe u dit in België slim combineert met fiscale voordelen. Het doel is u de kennis en het vertrouwen te geven om fondsen te kiezen die niet alleen uw geweten sussen, maar die aantoonbaar bijdragen aan de klimaatoplossingen van morgen.

In dit overzicht ontdekt u de cruciale stappen en overwegingen om uw beleggingsportefeuille af te stemmen op reële klimaatimpact. De volgende secties bieden een gedetailleerde leidraad.

Waarom is investeren in watertechnologie een strategie voor de lange termijn?

De klimaatdiscussie wordt vaak gedomineerd door energie en CO2-uitstoot, maar een minstens even cruciale factor voor een duurzame toekomst is water. Waterschaarste is niet langer een probleem voor verre, droge landen. Ook in België wordt de druk op onze watervoorraden steeds groter. Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is er in Vlaanderen en Brussel een beschikbaarheid van slechts 1.100 tot 1.700 m³ water per persoon per jaar, wat ons bij de regio’s met de grootste waterschaarste in Europa plaatst. Deze realiteit creëert een onvermijdelijke en groeiende vraag naar oplossingen.

Investeren in watertechnologie is daarom geen speculatieve gok, maar een strategische keuze voor de lange termijn. Bedrijven die innoveren in waterzuivering, -recyclage en efficiënt watergebruik, bieden een antwoord op een fundamentele, niet-cyclische behoefte. De markt voor deze technologieën wordt gedreven door strengere milieuregelgeving, stijgende waterprijzen en de noodzaak voor industrieën om hun operationele risico’s te beperken. Een bedrijf dat zijn waterverbruik niet onder controle heeft, stelt zich bloot aan productieonderbrekingen en hoge kosten.

Een concreet Belgisch voorbeeld is Ekopak, een beursgenoteerde pionier in waterrecyclage. Dit bedrijf helpt industriële klanten om hun waterverbruik drastisch te verminderen door geavanceerde zuiveringstechnieken, waardoor afvalwater opnieuw kan worden ingezet. Dit toont aan dat investeren in water niet enkel ecologisch verantwoord is, maar ook economisch rendabel. Fondsen die zich specialiseren in deze niche, selecteren bedrijven die een directe, meetbare oplossing bieden voor waterschaarste en tegelijkertijd profiteren van een structurele groeitrend.

Actief aandeelhouder zijn of vervuilers negeren: wat verandert bedrijven het snelst?

Een veelvoorkomende strategie voor duurzame beleggers is ‘exclusie’: het simpelweg vermijden van investeringen in vervuilende sectoren zoals fossiele brandstoffen. Hoewel dit intuïtief en moreel juist aanvoelt, is de vraag of het de meest effectieve manier is om verandering te bewerkstelligen. Een lege stoel aan de aandeelhouderstafel wordt immers snel opgevuld door een belegger met minder scrupules. Zelfs fondsen die duurzaamheid hoog in het vaandel dragen, kunnen nog aanzienlijke belangen hebben in problematische bedrijven. Zo belegt ASR, ondanks zijn duurzame imago, volgens onderzoek voor 275 miljoen euro in 55 fossiele bedrijven.

Een krachtig alternatief is actief aandeelhouderschap, ook wel ‘engagement’ genoemd. Hierbij gebruikt een fonds zijn positie als aandeelhouder om het management van een bedrijf aan te sporen tot duurzamere praktijken. Dit gebeurt via een continue dialoog, het indienen van aandeelhoudersresoluties en het strategisch gebruiken van stemrecht op jaarvergaderingen. In plaats van een vervuiler te negeren, wordt deze van binnenuit uitgedaagd en aangezet tot transformatie. Deze aanpak erkent dat veel ‘grijze’ bedrijven essentieel zijn voor de economie en dat hen helpen vergroenen een enorme impact kan hebben.

Een fonds dat deze strategie toepast, zal in zijn rapportages niet alleen financiële resultaten tonen, maar ook de voortgang van zijn engagementtrajecten. Ze rapporteren over welke doelstellingen zijn voorgelegd aan bedrijven en welke successen zijn geboekt. Triodos Investment Management, bijvoorbeeld, voert een doorgedreven dialoog en gebruikt zijn stemrecht systematisch om bedrijven te sturen. Voor een impactbelegger is het cruciaal om te kijken of een fonds enkel vervuilers uitsluit, of dat het ook een geloofwaardige en transparante engagementstrategie heeft. De laatste aanpak leidt vaak tot meer diepgaande en structurele verandering in de reële economie.

Welke fondsen hebben de strengste duurzaamheidsdoelstellingen volgens de EU-regels?

Om orde te scheppen in de wildgroei van ‘duurzame’ beleggingsproducten, heeft de Europese Unie de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) ingevoerd. Deze regelgeving verplicht fondsen om transparant te zijn over hoe duurzaam ze zijn. Dit gebeurt via een classificatie in drie hoofdcategorieën: Artikel 6, Artikel 8 en Artikel 9. Voor de impactbelegger is het essentieel om dit onderscheid te begrijpen, want het zegt veel over de ambitie van een fonds.

Artikel 6-fondsen zijn de basiscategorie. Ze houden geen rekening met duurzaamheid of promoten dit niet expliciet. Artikel 8-fondsen, vaak ‘lichtgroen’ genoemd, promoten ecologische en/of sociale kenmerken, maar hebben duurzaamheid niet als primair doel. Dit is de grootste categorie, maar de invulling kan sterk variëren. Een fonds kan bijvoorbeeld enkel de meest vervuilende bedrijven uitsluiten en zichzelf al als Artikel 8 classificeren. Voor wie échte impact zoekt, is dit vaak onvoldoende.

De strengste categorie is Artikel 9, ook wel ‘donkergroen’ genoemd. Deze fondsen hebben duurzaam beleggen als expliciet en bindend hoofddoel. Elke investering in de portefeuille moet bijdragen aan een concrete duurzame doelstelling, zoals CO2-reductie of de ontwikkeling van schone technologie. Triodos Bank classificeert bijvoorbeeld al haar fondsen als Artikel 9, wat een duidelijk signaal is van hun engagement. Als impactbelegger moet uw focus dus primair liggen op het analyseren van Artikel 9-fondsen.

Visuele vergelijking van SFDR artikel 8 en 9 fondsen classificaties

In België is de verdeling veelzeggend. Hoewel Artikel 8-fondsen de meerderheid van de markt uitmaken, vertegenwoordigen de veel striktere Artikel 9-fondsen slechts een klein deel van het totaal, zoals blijkt uit recente data van de Belgische toezichthouder FSMA.

Vergelijking SFDR Categorieën in België
SFDR Categorie % Fondsen % Vermogen Kenmerken
Artikel 6 46% 44% Geen duurzaamheidscriteria
Artikel 8 51% 52% Promoot ESG kenmerken
Artikel 9 3% 4% Duurzaam beleggen als hoofddoel

De fout om blind te kopen in een gehypte sector zoals waterstof

Wanneer een nieuwe, ‘groene’ technologie de aandacht trekt, ontstaat er vaak een hype. Plotseling lijkt investeren in die sector, zoals waterstof, een gegarandeerde weg naar zowel financieel als ecologisch succes. Dit enthousiasme, hoewel begrijpelijk, creëert een gevaarlijke valkuil voor de onkritische belegger: het blind instappen in een sector zonder de onderliggende bedrijven en projecten grondig te analyseren. Niet elk bedrijf in een veelbelovende sector is immers een goede investering.

De waterstofeconomie is een perfect voorbeeld. Vlaanderen heeft de ambitie om hierin een pioniersrol te spelen, met grote projecten en politieke steun. Het potentieel is enorm, maar de weg ernaartoe is complex en kapitaalintensief. Veel bedrijven die zich op waterstof storten, zijn nog verlieslatend, afhankelijk van subsidies, en geconfronteerd met technologische en infrastructurele uitdagingen. Een belegging in een algemeen ‘waterstoffonds’ kan betekenen dat u investeert in een mix van enkele sterke spelers en vele zwakke, overgewaardeerde bedrijven die de hype niet zullen overleven.

Een kritische, bottom-up analyse is daarom essentieel. In plaats van te investeren in ‘waterstof’, investeert u in specifieke bedrijven met een bewezen businessmodel, een technologische voorsprong of een strategische marktpositie. Kijk naar concrete projecten, zoals de ‘Hyoffwind’ fabriek voor groene waterstof in Zeebrugge. Dit project, een samenwerking tussen gevestigde partijen als Colruyt en Fluxys, heeft een duidelijk plan, een realistische schaalgrootte (van 25 naar 100 megawatt) en is ingebed in de bestaande haveninfrastructuur. Het is de kwaliteit van zulke individuele projecten, niet de algemene sectorhype, die de waarschijnlijkheid van reële impact en financieel rendement bepaalt. Een goede impactbelegger onderscheidt de belofte van de realiteit.

Wanneer weet u of uw 1.000 € belegging daadwerkelijk CO2 heeft bespaard?

De ultieme vraag voor elke impactbelegger is: wat levert mijn investering concreet op voor de planeet? Een fonds kan beweren ‘duurzaam’ te zijn, maar zonder meetbare resultaten blijft dit een abstracte claim. Echte impactfondsen gaan verder dan vage beloftes en proberen de positieve verandering die ze teweegbrengen te kwantificeren. Ze berekenen een ‘duurzaam rendement’ naast het financiële rendement. Dit maakt het mogelijk om de effectiviteit van uw belegging te beoordelen.

De sleutel ligt in de gebruikte rekeneenheden. In plaats van enkel te spreken over ‘bijdragen aan het klimaat’, vertalen de beste fondsen dit naar concrete, begrijpelijke statistieken. Voor klimaatverandering wordt de impact vaak uitgedrukt in het aantal kilo’s vermeden CO2-uitstoot. Voor biodiversiteit kan dit het aantal vierkante meters beschermde of herstelde natuur zijn. Voor sociale impact kan het gaan om het aantal verstrekte microkredieten. ASN Bank, bijvoorbeeld, gebruikt voor klimaatverandering de rekeneenheid CO2 in kilo, biodiversiteit in m², en microkredieten in aantal. Dit stelt u als belegger in staat om het effect van uw geïnvesteerde kapitaal te zien.

Stel, u investeert €1.000 in een dergelijk fonds. In het jaarrapport zou u dan kunnen lezen dat uw investering heeft bijgedragen aan, bijvoorbeeld, 500 kg vermeden CO2-uitstoot en de bescherming van 10 m² natuurgebied. Dit is tastbaar en vergelijkbaar. Het stelt u in staat om fondsen niet alleen op hun strategie, maar ook op hun daadwerkelijke resultaten te vergelijken. Eis deze transparantie van uw fondsbeheerder. Een fonds dat zijn impact niet kan of wil meten, heeft waarschijnlijk iets te verbergen.

Actieplan: uw checklist voor het meten van CO2-impact

  1. Controleer of het fonds het duurzaam rendement berekent naast het financieel rendement.
  2. Vergelijk het relatieve verschil ten opzichte van een gemiddelde niet-duurzame belegging of het absolute verschil.
  3. Bekijk de rekeneenheid voor klimaatverandering (kilo CO2), biodiversiteit (vierkante meters) en sociale impact.
  4. Zoek naar de berekening van het duurzame rendement per jaar voor een specifiek belegd bedrag (bijvoorbeeld €10.000).
  5. Evalueer of de methodologie achter de berekening transparant en geloofwaardig is.

Waarom is een fonds met het ‘Towards Sustainability’ label niet altijd 100% groen?

In België is het ‘Towards Sustainability’ label, in het leven geroepen door sectorfederatie Febelfin, een veelgebruikte standaard om duurzame financiële producten te identificeren. Voor veel beleggers fungeert het als een keurmerk dat vertrouwen moet wekken. De realiteit is echter complexer. Een product met dit label is niet per definitie ‘100% groen’ en voldoet mogelijk niet aan de verwachtingen van een belegger die maximale impact nastreeft. Het label stelt een minimumnorm, maar die norm is niet altijd even streng.

De kritiek op het label richt zich op verschillende punten. Ten eerste hanteert het voornamelijk een ‘best-in-class’ benadering, waarbij geïnvesteerd kan worden in de ‘minst slechte’ bedrijven van een vervuilende sector, in plaats van die sector volledig uit te sluiten. Daarnaast zijn de uitsluitingscriteria voor controversiële activiteiten niet altijd waterdicht. Dit leidt tot een perceptiekloof: wat de financiële sector als ‘duurzaam’ definieert (vaak gericht op risicobeheer), strookt niet met de visie van het grote publiek, dat kijkt naar de kernactiviteit van een bedrijf.

Duurzaamheid werd een soort vlag die financiële partijen op elke schuit plaatsen. Maar er is een verschil tussen hoe ‘gewone mensen’ duurzaamheid definiëren en hoe de financiële sector dat doet. Terwijl het grote publiek simpelweg kijkt naar wat een bedrijf doet, en of dat nu duurzaam is, goochelt de industrie met termen als risicomitigatie, of best-in-class.

– Van Tilburg, Follow the Money onderzoek

Deze ambiguïteit en de verstrenging van de Europese regels hebben ertoe geleid dat de populariteit van het label afneemt. In 2024 kende het Towards Sustainability-label een afname van 11% in het aantal producten dat het draagt. Fondsen kiezen er steeds vaker voor om zich direct te conformeren aan de duidelijkere Europese SFDR-classificaties (Artikel 8 en 9). Voor de kritische belegger is de boodschap duidelijk: een label is hoogstens een startpunt, geen eindpunt. Het vervangt nooit de noodzaak om de onderliggende portefeuille en de beleggingsstrategie van een fonds zelf te onderzoeken.

Hoe verdient u een warmtewisselaar terug in minder dan 3 jaar tijd?

Impactbeleggen via fondsen is een krachtige manier om op grote schaal bij te dragen, maar ook directe, persoonlijke investeringen in duurzame technologie kunnen een aanzienlijke impact én een aantrekkelijk financieel rendement opleveren. Een uitstekend voorbeeld hiervan in België is de installatie van een warmtewisselaar of een douche-warmteterugwinning (douche-WTW) systeem in uw woning. Dit relatief eenvoudige toestel recupereert warmte uit wegstromend douchewater om het koude aanvoerwater voor te verwarmen, waardoor uw boiler of cv-ketel aanzienlijk minder energie verbruikt.

De financiële case is overtuigend. Hoewel de aanschafkosten, afhankelijk van het type en de complexiteit van de installatie, variëren, kan de investering verrassend snel worden terugverdiend. De terugverdientijd wordt bepaald door de initiële kost, verminderd met eventuele premies, gedeeld door de jaarlijkse energiebesparing. Met de huidige energieprijzen kan een gezin een aanzienlijk bedrag per jaar besparen op de verwarming van sanitair water.

Macro-opname van warmtewisselaar componenten met waterdruppels

De berekening van de terugverdientijd is eenvoudig. Stel een initiële investering van €1.000. Als u dankzij het systeem €350 per jaar bespaart op uw energiefactuur, is de terugverdientijd minder dan drie jaar (1000 / 350 ≈ 2,85 jaar). Na deze periode levert de investering pure winst op, jaar na jaar. Dit illustreert een belangrijk principe van klimaatvriendelijk investeren: de meest rendabele investeringen zijn vaak die welke verspilling tegengaan en efficiëntie verhogen. Het is een directe, meetbare actie die zowel uw portefeuille als de planeet ten goede komt, en een tastbare aanvulling op een bredere beleggingsstrategie in fondsen.

Kernpunten om te onthouden

  • Echte impact gaat verder dan labels; focus op de methodologie en meetbare resultaten (kg CO2) van een fonds.
  • De Europese SFDR-classificatie is een cruciaal hulpmiddel: ‘Artikel 9’-fondsen hebben de strengste duurzaamheidsdoelstellingen.
  • Combineer een kritische fondsenselectie met de Belgische fiscale voordelen voor duurzaam sparen en investeren om uw rendement te optimaliseren.

Hoe combineert u een groen geweten met een lagere belastingbrief in België?

Een strategie voor impactbeleggen is pas compleet als ze ook fiscaal geoptimaliseerd is. Gelukkig biedt de Belgische overheid verschillende stimulansen om investeringen in een duurzame en innovatieve economie aan te moedigen. Door slim gebruik te maken van deze mechanismen, kunt u uw ecologische impact vergroten en tegelijkertijd uw belastingdruk verlagen. Dit creëert een win-winsituatie waarbij uw geld nog harder werkt, zowel voor de planeet als voor uw eigen portefeuille.

Een van de bekendste instrumenten is het fiscaal voordeel voor pensioensparen. Veel banken bieden pensioenspaarfondsen aan die specifiek investeren volgens duurzame criteria (vaak Artikel 8 of 9). Door te kiezen voor zo’n fonds, bouwt u niet alleen aan een groen pensioen, maar geniet u ook van een jaarlijkse belastingvermindering van 25% of 30%, afhankelijk van het gestorte bedrag. Een andere krachtige hefboom is de Tax Shelter voor start-ups. Via erkende crowdfundingplatformen kunt u investeren in jonge, beloftevolle bedrijven, waaronder vele met een duurzame missie. In ruil daarvoor krijgt u een belastingvermindering die kan oplopen tot 45% van het geïnvesteerde bedrag.

Tot slot bieden investeringen in erkende coöperatieve vennootschappen zoals Ecopower of Beauvent een direct voordeel. Deze coöperaties investeren in lokale, hernieuwbare energieprojecten. Als aandeelhouder heeft u niet alleen inspraak, maar geniet u ook van een vrijstelling van roerende voorheffing op de eerste schijf van uw dividenden. Door deze verschillende pistes te combineren, creëert u een gediversifieerde impactportefeuille die verder gaat dan enkel beursgenoteerde fondsen en die optimaal gebruikmaakt van de fiscale hefbomen die de Belgische wetgeving biedt.

Het integreren van deze fiscale voordelen is de laatste stap naar een volledig geoptimaliseerde impactstrategie. Het loont de moeite om deze Belgische specifieke mogelijkheden grondig te bestuderen.

Uw reis als impactbelegger begint met kennis en een kritische blik. Begin vandaag nog met het doorlichten van uw huidige portefeuille en de fondsen die u overweegt. Eis transparantie, vraag naar meetbare resultaten en maak gebruik van de fiscale instrumenten die voorhanden zijn om uw impact te maximaliseren.

Veelgestelde vragen over duurzaam beleggen met klimaatimpact

Wat is het maximale fiscale voordeel bij pensioensparen?

Voor 2024 bedraagt het maximale bedrag €1.020 met een belastingvermindering van 30%, of €1.310 met een vermindering van 25%.

Hoe werkt de Tax Shelter voor start-ups?

U kunt tot 45% belastingvermindering krijgen op investeringen in erkende start-ups via crowdfundingplatformen, met een maximum van €100.000 per jaar.

Welk voordeel bieden coöperatieve vennootschappen?

Erkende coöperaties zoals Ecopower en Beauvent bieden een vrijstelling op roerende voorheffing tot €200 dividend per jaar.

Sofie Maes, Onafhankelijk Financieel Analist en Vermogensbeheerder. Specialist in beursstrategieën, ETF's en vastgoedinvesteringen voor de particuliere belegger.